Overgangsklachten

De overgang is een fase in uw leven waarin uw menstruaties onregelmatig worden en uiteindelijk helemaal wegblijven. Heel natuurlijk, maar voor veel vrouwen is het een lastige periode. Gemiddeld duurt het vier jaar voor de menstruatie definitief wegblijft. U bent dan in de menopauze.

De overgang vindt meestal plaats tussen 45 en 60 jaar. Op vijftigjarige leeftijd heeft ongeveer de helft van de vrouwen de menopauze bereikt.
 

  

Hoe ontstaat de overgang?
 
De voorraad eicellen in uw eierstokken raakt op als u tussen de 45 en 60 jaar bent. Als er geen eitje meer vrijkomt, daalt ook de aanmaak van oestradiol, een vrouwelijk hormoon. De opbouw van uw baarmoederslijmvlies raakt ontregeld. De menstruatie verandert en blijft uiteindelijk weg.
 
 
Wat zijn de verschijnselen?

Typische overgangsverschijnselen zijn:
 
De menstruatie komt onregelmatig, met kortere of langere tussenpozen, en verandert. Uw ongesteldheid kan opeens veel langer of juist korter duren. Het bloedverlies kan zeer hevig zijn of juist veel minder. Verschijnselen die samen kunnen gaan met menstruatie (buikpijn, rugpijn), kunnen voor het eerst optreden, erger of juist minder worden dan u gewend was.
 
 
Opvliegers zijn plotselinge, korte, hevige warmte-aanvallen. Uw gezicht, hals en/of borst worden rood en u kunt opeens heftig gaan transpireren. Ook 's nachts kunt u een zweetaanval krijgen.
 
 
Het slijmvlies aan de binnenkant van de vagina wordt dunner (kwetsbaar) en droger. Vrijen kan daardoor een onaangenaam branderig gevoel geven of pijn doen.
 
 
De overgangsverschijnselen kunnen weer andere klachten geven.
 
- Als u veel bloed verliest kan bloedarmoede ontstaan. Bloedarmoede kan onder andere moeheid, duizelingen en hoofdpijn geven.
 - Door het nachtzweten kunt u slecht gaan slapen. Slaapgebrek kan tot vermoeidheid en prikkelbaarheid leiden.
- Door de onverwachte opvliegers kunt u zich onzeker en angstig voelen. Dit kan leiden tot slapeloosheid en somberheid.
- Door de vaginale klachten heeft u misschien geen zin in vrijen.
 
Adviezen
 
Het is belangrijk dat u in een goede conditie bent, vooral wanneer u veel bloed verliest omdat de menstruatie vaker komt, heftiger is en/of langer duurt. Zorg voor:
 
- Gezonde voeding met voldoende ijzer. IJzerrijke voedingsmiddelen zijn vlees, volkorenproducten, bladgroenten en gedroogde vruchten.
- Een halfuur per dag actief bewegen, zoals flink wandelen, fietsen, joggen, zwemmen of dansen.
- Voldoende (nacht-)rust. Ga op tijd naar bed, zorg voor een rustige slaapkamer en neem geen werk mee naar bed.
 

Opvliegers

- Draag kleding die vocht goed opneemt en waardoor vocht verdampt: bijvoorbeeld katoen, zijde of wol. Als u meerdere dunne lagen over elkaar draagt, kunt u gemakkelijk iets uit doen.
- Slaap onder katoenen lakens en (meerdere dunne) wollen dekens in plaats van onder een synthetisch dekbed.
- Bespreek eventuele onzekerheden met een vriendin of maak een afspraak op het spreekuur.
- Alcohol, warme dranken zoals koffie en thee, en gekruid eten kunnen soms opvliegers uitlokken. Als u dat merkt, kunt u deze vermijden.
 

Vaginale droogte

Als u bij het vrijen last heeft van een droge vagina, maak dan duidelijke afspraken met uw partner:

 
- Bespreek samen uw lichamelijke veranderingen.
- Neem veel tijd bij het voorspel. Het is nu extra belangrijk om aan te geven wat prettig is en wat onprettig of zelfs pijnlijk is. Gebruik zo nodig speeksel of een glijmiddel. Een glijmiddel kunt u zonder recept bij de drogist of apotheek kopen. Breng dit aan rondom de vaginale opening en op de penis. De meeste glijmiddelen zijn vrij lang werkzaam. Desgewenst kunt u ze al enige tijd voor het vrijen aanbrengen.
- Spreek af om ook eens te vrijen zonder geslachtsgemeenschap.
 

Anticonceptie

Ook als u onregelmatig menstrueert, is er nog een kans op zwangerschap. Als u dat niet wilt riskeren, is het verstandig om tot een jaar na de laatste menstruatie voorbehoedmiddelen te blijven gebruiken, bijvoorbeeld condooms of een spiraal. Meestal kunt u met 52 jarige leeftijd met anticonceptie stoppen. De kans op zwangerschap is dan zeer klein.

 
Gebruikt u de pil, dan kunt u daar eventueel mee doorgaan, maar langdurig gebruik is niet meer wenselijk. Langdurig gebruik van de pil wordt niet aangeraden vanwege het toenemende risico op hart- en vaatziekten en borstkanker. U stelt met pil de overgang niet uit, dit proces gaat gewoon door. Maar omdat de pil de maandelijks bloedingen kunstmatig in stand houdt, merkt u minder goed wanneer u in de overgang bent en de menopauze heeft bereikt. Het valt niet te zeggen wanneer u het beste met de anticonceptiepil kunt stoppen. Dit is een persoonlijke keuze. Vrouwen boven de 50 wordt vaak geadviseerd om om de paar maanden met de pil te stoppen om te kijken of hun menstruatie al gestopt is. Op die manier kunt u nagaan of bescherming tegen zwangerschap nog nodig is.
 
U weet pas zeker dat de menopauze achter de rug is wanneer u een jaar na stoppen met de pil niet meer heeft gemenstrueerd. Gedurende dit jaar moet u zo nodig andere anticonceptie gebruiken, zoals een methode zonder hormonen (bijvoorbeeld condooms, pessarium of een koperspiraal) of een methode met alleen progestageen (pil, hormoonspiraal of implantatiestaafje).
 
In de pil zitten de vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron. Deze hormonen helpen ook tegen overgangsklachten zoals heftige of onregelmatige menstruaties, opvliegers en (nachtelijke) zweetaanvallen. Wel kunt u in de week dat u geen pil slikt (de stopweek), last hebben van opvliegers en nachtelijke zweetaanvallen.
 
Vrouwen die op het moment van plaatsing van een hormoonspiraal 45 jaar waren, kunnen deze laten zitten tot na de menopauze (52 jaar). Voor spiralen die tien jaar betrouwbaar zijn (sommige koperspiralen) gaat het om vrouwen die op het moment van plaatsing 40 jaar waren. Indien een vrouw met een koperspiraal een jaar lang geen menstruatie heeft gehad, is een vrouw postmenopauzaal.

 

Behandelaar(s)

Dennis Pattipeilohy
Dennis Pattipeilohy >>
Piet Peeters
Piet Peeters >>
Ruud Dijksterhuis
Ruud Dijksterhuis >>